Navigation Menu+

Van manuscript tot boek

In de tijd van Vrij! waren boeken een kostbaar bezit. Een boek maken was zeer arbeidsintensief werk. Ook het papier (dat eerst van lompen en later van houtvezels werd gemaakt) was duur.
Hoe werd een boek nu een boek? 

Letterkast vol met loden letters

Letterkast vol met loden letters

Drukken

Het begint met het maken van de pagina’s. Iedere letter, ieder woord, iedere zin moest met de hand gezet worden. Drukkers hadden daarvoor letterkasten, waarin losse loden letters, leestekens en spaties zaten. Ze hadden verschillende lettertypes (ook cursieve en vette letters) en verschillende puntgroottes.
Letter voor letter werd uit de letterkast gehaald en in een zethaak gezet, waardoor de zinnen van het manuscript zich vormden.

Zethaak

Zethaak

In een zethaak konden meerdere regels boven op elkaar gezet worden. Als de zethaak vol was, dan werden alle losse letters aan elkaar gebonden met touw, zodat ze uit de zethaak gehaald konden worden en in een metalen raam konden worden geplaatst. Vervolgens ging het monnikenwerk verder met nog meer letters zetten, net zo lang tot er een hele pagina in het metalen raam zat. Geoefende letterzetters konden 1200 letters per uur zetten.

Een hele pagina gezet in een metalen raamwerk

Een hele pagina gezet in een metalen raamwerk

Dit stukje over drukken heeft tot nu toe al 971 letters (inclusief spaties), dus ga maar na hoe lang ze bezig waren met een boek!
Er waren acht pagina’s nodig om het drukproces te kunnen beginnen. Die acht pagina’s passen namelijk op één kant van een enorm vel papier. Al die pagina’s werden in een nog groter metalen raam geklemd en dan kon het drukken beginnen.
De eerste drukpersen waren van hout, vanaf de 19e eeuw kwamen er metalen persen. Ze konden met een voetpedaal en een vliegwiel worden aangedreven. Als de uitgever bijvoorbeeld 1000 exemplaren wilde drukken, dan werden er van die eerste acht pagina’s 1000 stuks gedrukt.
Volgens werden de volgende acht pagina’s gemaakt en die kwamen aan de achterkant. Op één groot vel papier stonden dan 16 pagina’s van het boek. Die 16 pagina’s werden ook wel een boekvel genoemd. 

Tegenwoordig hebben papieren een A-formaat (bijvoorbeeld A4 of A5). In de tijd van Vrij! hadden de papierformaten nog exotische namen: 

Naam

mm

    Naam

mm

Adelaar

750 × 1000

Atlas

640 × 750

Bijkorf

375 × 470

Carré

1000 × 1000

Colombier

620 × 850

Dubbel Bijkorf

470 × 750

Dubbel Groot Eenheidsformaat

640 × 900

Steendruk Mediaan

460 × 600

Dubbel Imperiaal

750 × 1120

Register Mediaan

420 × 550

Dubbel Klein Royaal

620 × 1040

Dubbel Super Royaal

700 × 1000

Groot Super Royaal

520 × 720

Groot Post

460 × 590

Klein Mediaan

400 × 550

Klein Colombier

600 × 800

Mediaan

470 × 560

Kroon

380 × 510

Dubbel Klein Colombier

800 × 1200

Oriënt

630 × 900

Dubbel Kroon

510 × 760

Royaal

500 × 650

Imperiaal

560 × 750

Super Royaal

500 × 700

Klein Royaal

520 × 620

Vierdubbel Kroon

760 × 1020

Olifants

620 × 750

 

 

naaibank

Losse katernen worden op de naaibank aan elkaar genaaid tot een boekblok

Het boekblok

Als alle pagina’s van het boek gedrukt waren, kon het ingebonden worden. De eerste stap was het vouwen van de boekvellen. Die werden dusdanig gevouwen dat alle 16 pagina’s op de juiste volgorde kwamen te liggen. Een gevouwen boekvel heet ook wel een katern. Alle katernen van het boek werden vervolgens in de juiste volgorde gelegd, het laatste katern onderop. Dan konden de katernen aan elkaar genaaid worden. Hiervoor gebruikte men een naaibank. Op de naaibank werd band gespannen en daar werden de katernen tegenaan gelegd (waar van tevoren gaatjes in gemaakt waren). Met de hand werden de katernen aan elkaar en aan de band genaaid. Als alles stevig aan elkaar zat, werd het geheel een boekblok genoemd. 

boekblok en de boekband

Het boekblok en de boekband worden aan elkaar gelijmd

De boekband

De volgende stap was het maken van een boekband (ook wel omslag of kaft genoemd). De boekband werd gemaakt van karton en linnen of leer. Met beenderlijm werd de stof op het karton geplakt en dat ging vervolgens in de pers om goed te hechten. (De korrels lijm werden in een warmwaterbad gesmolten.) Daarna kon de boekband voorzien worden van een titel, een logo (familiewapen) of versieringen. Dit gebeurde met bladgoud.

Bak met verguldletters

Bak met verguldletters

Eerst de letters van de titel. Daarvoor gebruikten ze verguldletters. Op de boekband werd bladgoud gelegd en met de verguldletters werden een voor een de letters van de titel uit het bladgoud op de boekband gedrukt.
Versieringen werden aangebracht met zogenaamde fileten. Dit zijn metalen stempels met een houten handvat. De stempels hadden allerlei vormen zoals krullen, bloemen of kaders. De fileet werd ook in het bladgoud gedrukt en er ontstond een gouden versiering. 

Fileet

Fileet

Het boek

Als zowel de boekband als het boekblok klaar waren, dan konden ze aan elkaar geplakt worden, ook weer met beenderlijm. Hiervoor gebruikte men een schutblad. Dat werd zowel aan de boekband als op het boekblok geplakt (aan de voor- en achterkant). Voor de afwerking konden er nog kapitaalbandjes (stukjes stof, puur voor versiering die aan de boven- en onderkant op de rug van het boekblok worden gemaakt) en een leeslint worden toegevoegd. Het geheel ging nog een tijdje onder de pers en dan was het boek klaar.

Wil je meer weten over het drukken van het boek of het inbinden ervan, ga dan eens naar het Nationale drukkerij museum in Etten-Leur. Daar kun je van ontzettend enthousiaste vrijwilligers een rondleiding krijgen en kun je met eigen ogen zien en ervaren hoe een boek tot stand kwam. Echt een aanrader!