Zonnestorm

Een zonnestorm (ook wel zonnevlam genoemd) is een stroom geladen (geïoniseerde) deeltjes die ontsnappen aan het oppervlak van de zon. In deze wolk zitten protonen en elektronen en een gevaarlijke straling. Tegelijkertijd ontstaat er een magnetische staart van plasma. Deze verwoestende krachten komen met een snelheid van 1000 a 2000 km/s richting de aarde, waar ze door de lange reis van 150 miljoen km al aardig afgezwakt zijn. Meestal doet een storm er twee tot vier dagen over om de aarde te bereiken. Maar het kan ook in twintig uur!

Normaalgesproken vangt het aardmagnetisch veld (ook wel magnetosfeer genoemd) de deeltjes van een zonnestorm op, waardoor wij er niets van merken. Soms is de kracht van de zonnestorm zo groot, dat de geladen deeltjes onze atmosfeer bereiken. Als dat gebeurt, lichten de gasdeeltjes in de lucht op. Dit resulteert in het prachtige poollicht.

Afhankelijk van de kracht van de zonnestorm, kan het ook technische problemen opleveren. Door de elektrisch geladen deeltjes en de magnetische kracht van een zonnestorm, kunnen elektrische en elektronische apparaten kapotgaan. Het elektriciteitsnetwerk en communicatienetwerken zijn er gevoelig voor. Ook computers en satellieten kunnen beschadigd raken.

Zonnestormen horen bij het natuurlijke proces van de zon. De zonneactiviteit varieert met de elfjarige cyclus van Schwabe. Dit betekent dat er perioden zijn met veel activiteit, zogenoemde zonnemaxima (dan verschijnen er zonnevlekken en zonnestormen) en perioden van relatieve inactiviteit, de zonneminima.

In onderstaand filmpje vertelt wetenschapsjournalist Govert Schilling in het televisieprogramma Pauw en Witteman over de zonnestorm, wat het feitelijk inhoudt en wat het voor gevolgen kan hebben. Ook 21 december wordt genoemd….