3 oktober 2012

Woensdag 3 oktober 

Daar liep ze: haar blonde lokken wervelend om haar lekkere koppie, haar wipneus eigenwijs de lucht in, haar blauwe ogen stralend als altijd. En ze liep hem straal voorbij.
Lucas knarsetandde. Hij wist dat Floor hard to get speelde, dat ze hem uitdaagde en hem gek probeerde te maken, maar het erge was dat het haar nog lukte ook. Ze was lief en grappig en knap en ze hoorde naast hem te staan. Of beter nog, in zijn armen te liggen. Hij voelde tintelingen in zijn buik bij het idee.
‘Je ogen vallen er bijna uit, man,’ zei Ferit.
Lucas maakte zijn blik los van Floor. ‘Doe normaal.’
‘Laat die chick toch. Melinda daar smelt voor je en jij laat haar ijskoud verrekken.’
Ferit snapt er geen bal van, dacht Lucas. Hij wilde Floor. Hoe moeilijker ze deed, hoe groter de uitdaging én de overwinning. ‘Ik ga haar ons nieuwe nummer laten horen.’
Hij liet zijn vriend staan en rende Floor achterna. ‘Hey, lekker ding!’
Ze stopte en draaide zich om. Natasja en Eefje volgden, alsof ze aan elkaar vastgeplakt zaten. Hij zou Floor nooit helemaal alleen voor zichzelf hebben. Geen probleem, hij kon wel drie meiden tegelijk aan. Hij grijnsde, dat was niet eens zo’n slecht idee. Lucas’ posse.
‘Wat is er zo grappig?’ vroeg Floor.
‘Ik lach omdat ik blij word van jouw aanwezigheid.’
Natasja giechelde, maar Floor trok een gezicht alsof ze moest overgeven. ‘Heb je ook nog iets nuttigs te melden?’
‘Absoluut!’ Hij haalde zijn iPhone tevoorschijn. ‘We hebben een nieuwe song. Torture Inside. Die wil jij vast wel even horen.’
Floor keek alsof hij gevraagd had of ze een bakje kots lustte. ‘Nu even niet, Lucas.’ Ze draaide ze zich om en nam haar vriendinnen mee. Zomaar.
Hij liet haar gaan. Met haar vriendinnen naast haar wilde ze gewoon niet aan hem toegeven. Hij moest haar alleen zien te treffen, als dat überhaupt mogelijk was. Hij liep terug naar Ferit en mompelde: ‘Voor een lekker ding heeft ze bijster weinig verstand van lekkere muziek.’ 

De schoolbel ging. Hoewel de leraar nog halverwege een zin was, klapten Arans klasgenoten hun boeken dicht en propten die in hun tassen. Ze stoven het lokaal uit, kletsend en lachend. Hij wachtte tot iedereen weg was, voordat hij zelf zijn tas inpakte. ‘Kan ik u nog ergens mee helpen?’ vroeg hij aan de leraar.
‘Ga lekker naar buiten, Aran.’
Naar buiten? Wat moest hij daar doen? De fietstocht van school naar huis was genoeg buitenlucht voor hem. Over een kwartiertje kon hij weer binnen zijn. Zijn computers wachtten op hem. Hij zei de leraar gedag en ging de felle zon in.
Op het schoolplein was het nog druk. Aran liep met een boog om de groepjes heen naar de fietsenstalling. Ineens bleef zijn voet haken. Zijn handen zwaaiden door de lucht, zijn lichaam vloog erachteraan. De stoeptegels schuurden het vel van zijn handpalmen. Een vlammende pijn.
Gegrinnik achter hem.
Aran krabbelde op en keek om, recht in de donkere ogen van Ferit.
‘Moeilijk hè, lopen?’
Aran sloeg zijn blik neer. Het was logisch dat hij gepest werd, dat kreeg je als je anders was dan de rest. Maar leuk was het niet. Allesbehalve dat.
‘Dat zag ik.’ Met grote passen kwam Floor aangelopen. Ze prikte haar wijzende vinger in de borst van Ferit. ‘Vind je jezelf stoer?’
‘Ik hou wel van lekker pittig,’ zei Ferit. ‘Je bent mooi als je ogen vuur spuwen.’
‘Zak toch in de stront. En laat Aran met rust.’ Abrupt draaide ze zich om en beende weg.
Aran maakte van de gelegenheid gebruik om zijn fiets van het slot te halen en op te stappen. Pas toen hij wegreed, keek Ferit weer naar hem.
‘Onbegrijpelijk dat zij het voor je opneemt. Heb je weer geluk. Voor vandaag.’
Aran fietste snel weg. Hij snapte er zelf ook niets van. Floor negeerde hem meestal, zoals de meeste mensen, maar als ze in de gaten had dat hij gepest werd, nam ze het altijd voor hem op. Ze was het populairste meisje van de klas, misschien wel van de hele school, ging om met Lucas en andere pestkoppen, maar verlaagde zich nooit tot hun niveau. Hoe hoog zijn IQ ook was, hij begreep niets van haar. Zich erover verwonderen had weinig zin. Nog even en hij was bij zijn computers, die spraken een taal die hij wel begreep: de logica.

Lucas opende zijn mail. Zogenaamde beveiligingsverzoeken van banken, ongewenste reclame en gezeur van klasgenoten die zichzelf heel wat vonden, vulden zijn inbox. Geen liefdesbrieven van fans, geen mail van een manager die in Deathrow de ontdekking van de eeuw zag en al helemaal geen uitnodiging van de directeur om op het feest ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het Vandervoort College te komen spelen.
Lucas gaf zijn muis een zwieper. Die achterlijke directeur had geen verstand van muziek, expressie of kunst. De man wilde zeker de tere zieltjes van de brugpiepers niet aan Lucas’ geniale teksten blootstellen.
Hij controleerde de website van Deathrow. Geen nieuwe berichten in het gastenboek, geen nieuwe downloads van hun nummers, geen nieuwe, unieke bezoekers. Deathrow leek in de dodencel op zijn einde te wachten. Was er dan niemand meer die goede muziek wist te waarderen?
Hij klikte Torture Inside aan in de mediaplayer en zette het volume op max. De eerste noten scheerden door zijn kamer en zijn voet bonkte op de maat van de muziek. Uit volle borst zong hij met zichzelf mee: ‘Shadows are creeping while you’re sleeping. The blood, the pain, the tears, the torture…
Gebons op de deur. Zonder toestemming schuifelde zijn moeder binnen. Ze had een vaalgrijze jurk aan die precies paste bij de kleur van haar stijve kapsel. Onder de jurk droeg ze een witte bloes die tot bovenaan was dichtgeknoopt. Haar lippen waren tot een smalle streep vertrokken. Sinds ze twee jaar geleden haar heil bij de Heer had gezocht, had ze niet meer gelachen. Alsof dat een zonde was. Zonde was het zeker, dacht hij. Allemaal door dat stomme ongeluk…
‘Lucas, in hemelsnaam, zet die herrie zachter!’
Hij grijnsde, maar deed wat ze vroeg. ‘Ma, je wilt toch zeker wel de nieuwste hit van je zoon horen?’
‘Die muziek is des duivels. Ik smeek je…’
‘Duivels goed,’ onderbrak hij haar. ‘Wat een geniale slogan, ma. Die ga ik meteen op de website zetten.’
‘Lucas, luister toch naar mij. Luister naar het woord van de Heer. De eerste tekenen van de Apocalyps hebben zich geopenbaard. Wij moeten onze ziel voorbereiden.’
Voor ze verder kon preken, draaide hij zich om naar zijn beeldscherm. ‘Ik heb het druk, ma. Voor die Apocalyps van jou komt, moet Deathrow wereldberoemd zijn.’
‘De wereld vergaat en jij leeft nog steeds alsof God niet bestaat. Keer je naar het licht, Lucas, nu het nog niet te laat is. De wederkomst van Jezus is nabij.’
Ze was gehersenspoeld door die stomme kerk. Het hele christendom moest worden verboden. En alle andere geloven erbij. Hij keek haar over zijn schouder aan. ‘Dan hoop ik dat je het gezellig gaat hebben met Jezus. Doe hem de groeten en vraag of hij Deathrow wil liken op Facebook.’
Het gezicht van zijn moeder verloor alle kleur. ‘Je bent diepgezonken, Lucas. Alleen God kan jou nog redden. Laat Hem toe, ik smeek het je. Waar sta jij straks, als het einde daar is? Naast wie? Misschien moet je daar eens over nadenken.’
Dat oeverloze gezeur. Lucas zette het volume van de mediaplayer hoger en wapperde met zijn hand. Zijn moeder liet zich wegjagen. Als hij dat achterlijke geloof van haar ook zo makkelijk kon verdrijven, zou het heel wat gezelliger zijn thuis.
Hij wilde het niet – hij geloofde geen bal van dat stomme, voorspelde einde van de wereld – maar haar vragen bleven wel in zijn hoofd hangen. Hij wilde naast Floor staan, hand in hand, op 21 december. En dan samen lachen, terwijl de wereld rustig verder draaide. Het zou bijna mooi zijn als de wereld echt verging, dan kon hij haar redden.
‘Hmm,’ mompelde hij. Daar zat een verhaal in. Een songtekst. Woorden schoten door zijn hoofd, noten flitsten ertussendoor, een melodielijn wierp zich op. Lucas trommelde met zijn handen op het bureau en neuriede. Dat klonk goed… anders. Heel anders zelfs. Misschien was het tijd om een nieuwe richting in te slaan met Deathrow. Nu het nog kon.
Hij grinnikte, greep zijn gitaar en ging aan de slag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *